Ik hoorde dit mezelf met een beetje drama in mijn stem zeggen en lachte het meteen een beetje weg.
Want, terwijl ik het uitsprak, voelde ik ook een kleine knoop in mijn maag.
Ik keek nog eens om me heen.
Dit was echt de laatste nacht.
Na deze vakantie verkopen we onze camper.
Het is een bewuste keuze. Een keuze waar ik achter sta. Maar toch.
Ik zei hardop: “Ik vind het eigenlijk best moeilijk.”
En dat verraste me ergens ook.
Want het is maar een camper.
Toch?
Maar nee.
Deze camper is zoveel meer dan dat.
Hij ademt herinneringen.
Aan spontane nachtjes weg.
Aan zomervakanties.
Aan wintersport.
Aan weekenden bij de koers. Eerst voor Niki. Later ook voor Luca.
En ineens dacht ik aan mijn moeder.
Ook zij is nog een weekend met ons mee geweest.
Dat moment krijg ik nooit meer terug.
En terwijl ik daar zat, besefte ik nog iets.
Toen ik de camper binnenstapte, rook ik die bekende geur.
Die geur bracht me in één klap terug naar mijn eigen jeugd.
Naar de kampeervakanties met mijn ouders.
Mijn broertje.
Mijn oom en tante.
Mijn neef en nicht.
Bijzonder eigenlijk.
Dat één geur je in een paar seconden tientallen jaren terug kan brengen.
Misschien is dat wel waarom afscheid nemen zo ingewikkeld kan zijn.
We denken vaak dat we alleen afscheid nemen van een voorwerp. Of van een plek. Of van iemand die ons dierbaar is.
Maar eigenlijk nemen we afscheid van alles wat eraan vastzit.
Van herinneringen.
Van een tijd in je leven.
Van mensen die er toen nog waren.
En soms ook van een stukje van jezelf.
Ik merkte het deze vakantie aan iets heel kleins.
Ik wilde eigenlijk nog niet naar huis.
Nog een dagje blijven.
Nog één nachtje.
Misschien probeerde ik de vakantie niet te verlengen. Misschien probeerde ik het afscheid uit te stellen.
Niet omdat ik de vakantie niet wilde afsluiten.
Maar omdat ik nog niet toe was aan het afscheid.
Volgens mij is dat heel menselijk.
We doen dat allemaal, op onze eigen manier.
Niet omdat we niet weten dat iets voorbij is.
Maar omdat ons hart soms iets meer tijd nodig heeft dan ons hoofd.
Toch kwam de ochtend.
We reden naar huis.
De laatste nacht was voorbij.
En ergens voelde dat ook goed.
Niet omdat het afscheid ineens makkelijk was.
Maar omdat ik het had aangekeken.
Omdat ik had durven zeggen: ik vind dit moeilijk.
Juist dat maakte dat ik niet tegen het afscheid hoefde te vechten.
Want afscheid vraagt niet altijd om loslaten.
Soms vraagt het alleen dat je erkent wat iets voor je heeft betekend.
Dat je even stilstaat.
Dankbaar bent.
Verdriet voelt.
En daarna voorzichtig verder gaat.
De camper verdwijnt straks uit onze oprit.
Maar de herinneringen reizen gewoon met me mee.
Misschien is dat wel wat afscheid uiteindelijk van ons vraagt.
Afscheid betekent niet dat iets in zijn geheel uit je leven verdwijnt,
Het betekent alleen dat iets een andere plek krijgt.
